Lander Deweer (1985) schreef als jongetje in een vriendenboek al dat voetbal zijn favoriete sport was; Anderlecht en Juventus waren zijn clubs. Hij studeerde later Geschiedenis in Gent en werkte tussen 2009 en 2014 voor dagblad De Morgen. Inmiddels is hij freelancer, onder meer voor wielertijdschrift Bahamontes en voetbalbroertje Puskas. Voor het eerste nummer van het laatstgenoemde magazine schreef hij dit in Meestervertellers opgenomen verhaal. In 2015 verscheen Onze borst: dagboek van kanker, over de moeilijke periode nadat borstkanker was geconstateerd bij zijn vriendin Inge.
Waarom dit verhaal? 
Je zou die achteloos geschetste openingsscène toch boven je bed willen hangen, als voetbalromanticus. Die waarin de vriendin van Lander Deweer – de auteur van dit magnifieke ik-verhaal – thuis komt en hem aantreft met een balletje aan zijn voet, in verbeelding weer even de Michel Laudrup of Dennis Bergkamp aan wie hij zichzelf ooit, korte tijd, daadwerkelijk dacht te kunnen spiegelen. Want Deweer had het leven als profvoetballer binnen bereik, zo leren we. Hij speelde bijna op het hoogste Belgische niveau en, misschien nog belangrijker, was dus bijna een Panini-plaatje. Nu hij het leven van reservebanken en teamuitjes naar de Amsterdamse Wallen ver achter zich gelaten heeft, gaat hij in zijn herinneringen op zoek naar redenen voor het net-niet. Deweer speelt met vorm en stijl, legt zelfspot en zuivere nostalgie aan de dag en vertedert als antiheld in zijn eigen verhaal. Leverde falen maar vaker zo’n pracht op, dan zouden we er niet zo bang voor hoeven zijn.
Toelichting van de maker
Tuurlijk. Tuurlijk wilde ik aan Puskas meewerken, het voetbalbroertje van het wielertijdschrift Bahamontes. Ik twijfelde geen moment. Of ik een verhaal over mijn eigen voetbalcarrière wilde maken? Oei. Dat was lastiger. Ik voelde schroom om over mezelf te schrijven, wilde ook geen nestbevuiler zijn. Toch hapte ik toe. Stiekem dacht ik er al langer aan, dit was het juiste moment. Door erover te schrijven kon ik een periode afsluiten.