Paul Teunissen (1965) heeft, zoals hij het zelf noemt, een bovenmatige interesse in ‘kwetsbaren’. Zijn werk voor het Amsterdamse Leger des Heils, waardoor hij ontspoorde gezinnen, vereenzaamde ouderen en verwaarloosde psychiatrische patiënten leerde kennen, leidde tot een column in Trouw en een boek met portretten, Extreme Overlast (2006). Voor de opvolger daarvan, In de beste families (2008), beschreef hij wat psychische problemen met naasten doen. Ook zijn reportages voor Vrij Nederland gaan over de levens van mensen die het geluk aan anderen moeten laten. In 2014 haalde hij het Jaarboek Verhalende Journalistiek met Het einde van de kudde, over een depressieve boer. In april 2016 verschijnt zijn debuutroman Tot het weer goed is.
Waarom dit verhaal?
Met durf en stijl breekt Paul Teunissen met de ongeschreven regel van de verhalende journalistiek dat de hoofdpersoon, de mens over wie het gaat, meteen in de eerste alinea geïntroduceerd moet worden. In plaats daarvan stelt hij de Overbetuwe aan ons voor, een Gelderse streek die geknipt is voor ‘degenen die willen wegraken’. Zoals Joske, een vrolijke, impulsieve pierewaaier die na een avond drinken in de zomer van 1998 niet meer thuiskomt. Zijn broer Gerard leidt de zoektocht, maar dat levert zestien jaar lang niets op ­ en als de politie begin 2015 belt, gelooft hij er eigenlijk allang niet meer in. Teunissen vertelt geduldig, schrijft prachtige zinnen en maakt een grootse vertelling van iets wat normaliter de kranten niet eens had gehaald.
Toelichting van de maker
Mijn tandarts vertelde over een collega die in Gelderland neveninkomsten had als forensisch tandarts. Bijna om de week moest deze opdraven om een Duitser, van de brug gesprongen en ons land in gedreven, te identificeren. Kijk, daar begon een verhaal te dagen. De politie gaf geen toestemming om de forensisch tandarts tijdens zijn werkzaamheden te volgen, maar mijn interesse in de combinatie rivier en dood bleef bestaan. Begin februari 2015 hoorde ik over de vermissingszaak rond Jos Mahler, die na zestien jaar was opgelost. De tv­omroepen brachten de gebeurtenissen uitgebreid in beeld: het optakelen van de auto uit de rivier, de vermoedelijke toedracht en de betraande gezichten van de nabestaanden.